Over autisme

Een paar jaar geleden had je nog verschillende diagnoses voor autisme zoals Asperger, PDD-NOS en Autisme Stoornis. Dat is nu allemaal niet meer. Het heet nu ASS ( Autisme Spectrum Stoornis ). Wel zo makkelijk toch?!

Mensen met autisme hebben vaak sterke punten, dat wil zeggen dat vaak de diagnose daarmee in verband kan worden gebracht.
Wat opvalt bij autisten is dat ze oog hebben voor detail. Dat betekend dat ze heel precies naar iets kunnen kijken, wat iemand die geen autisme heeft niet eens opvalt. Autisten kunnen daardoor heel precies werken en ook heel analytisch denken.
Autisten kunnen ook moeilijk liegen, omdat ze vaak te eerlijk zijn.
Ze zijn trouw aan de mensen die ze aardig vinden.

Helaas op sociaal gebied hebben mensen met autisme wel vaak problemen. Ze vinden het moeilijk om contact te maken met  mensen die ze niet kennen. Ze kunnen vaak moeilijk zomaar een praatje maken met iemand. Vaak wantrouwen ze ook mensen die ze niet kennen. Denken dat die mensen over hun praten of dat die mensen hun raar of lelijk vinden.
Dit alles maakt het wel dat mensen met autisme niet veel vrienden om zich heen hebben, terwijl ze het wel heel erg nodig hebben.

Door dit alles heeft autisme veel invloed op het leven, hoe oud of jong je ook bent. Iedere leeftijd heeft weer zijn eigen moeilijk dingen.
Daarom is het heel belangrijk dat ze een goede en juiste begeleiding krijgen, in welke levensfase ze ook zitten.
Vaak komt de eerste grote verandering als autisten van de basisschool, waar alles nog zeer gestructureerd is ( iedere dag dezelfde klas, dezelfde juf, dezelfde kinderen ) naar het voorgezet onderwijs gaan ( ieder uur een ander lokaal, andere medeleerlingen, andere docenten ). Dat is vaak een grote schok en komt het autisme pas goed naar voren.
De volgende stap van voorgezet onderwijs naar of studeren of een baan is weer net zo groot.
Als er dan geen begeleiding is, kan het fout gaan.

70% van de mensen met autisme krijgen op een bepaald moment psychische klachten. Deze klachten lijken heel erg op depressiviteit, stemmingswisselingen, sociale angststoornis of een burn-out.
Bij de mensen zonder autisme is dit 40%.